10 december 2021
Dit was het veldseizoen 2021: leren voor ecologische meerwaarde
Het veldseizoen is achter de rug, tijd om even terug te blikken op 2021. Een jaar vol projecten waarin we konden doen wat we het liefste doen: zorgen voor ecologische meerwaarde. Collega Vincent Elders over zijn favoriete klus met impact.
Vincent, welk project was dit jaar voor jou het meest speciaal?
“In opdracht van de provincie Gelderland hebben we onderzoek gedaan naar massawinterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen in Apeldoorn. We hebben er echt heel veel gevonden: 372 waarnemingen van zwermende gewone dwergvleermuizen bij 126 verschillende gebouwen.”
Waarom is dat zo uitzonderlijk?
“Gewone dwergvleermuizen overwinteren in de spouw van grote gebouwen met een stabiele temperatuur. Deze verblijfplaatsen zijn moeilijk te vinden, je kunt niet zomaar overal even in de spouw kijken. Niet vaak wordt er zo intensief onderzoek gedaan naar deze verblijfplaatsen.”
Hoe gaat dat onderzoek dan?
“’s Winters verkassen vleermuizen naar dit soort verblijfplaatsen om te overwinteren. Het is belangrijk dat ze van tevoren weten welke verblijfplaatsen beschikbaar zijn: ze vliegen als het vriest en dat kost veel energie. Daarom gaan vrouwtjes in augustus op verkenning bij bekende verblijfplaatsen, samen met hun jongen. Zo brengen ze kennis over. Dat kun je met een warmtebeeldcamera en een batdetector, die de echolocatie hoorbaar maakt, waarnemen als zwermgedrag. Gewone dwergvleermuizen zwermen rond middernacht, nadat ze hun buikje vol hebben gegeten. Soms gaat het om wolken van wel vijftig zwermende vleermuizen.”
En daar ziet de gewone sterveling niets van…
“Tijdens het zwermen landen ze heel kort op de muur naast de opening van de verblijfplaats. Als ze met heel veel zijn kun je het soms horen tikken. Maar verder zullen de meeste mensen het inderdaad helemaal niet doorhebben als ze er onderdoor lopen!”
Wat maakt dit onderzoek voor jou zo waardevol?
“Aanleiding voor dit onderzoek is de gemeentebrede inventarisatie die we in Apeldoorn hebben uitgevoerd. Collega Chris Driessen had de indruk dat Apeldoorn wel eens een aanzuigende werking zou kunnen hebben op overwinterende vleermuizen vanwege alle hoogbouw. Dat zou dus best zo kunnen zijn.
Het geeft veel inzicht in hoe belangrijk steden zijn voor deze vleermuizen en om welke gebouwen het dan gaat. We wisten wel ongeveer in welke gebouwen ze zich ‘s winters ophouden, hoogbouw met een laag energielabel en gebouwen met veel massa zoals kerken. Door dit onderzoek krijgen we een nog beter beeld – en weten we dus ook beter hoe we ze moeten beschermen!”