14 oktober 2013

Samenvatting soortenstandaard: kleine modderkruiper

De afgelopen jaren heeft het Ministerie van Economische Zaken van een groot aantal soorten een soortenstandaard uitgebracht. Projectleider van dit project is Toon Zwetsloot van Dienst Landelijk Gebied. Hij heeft ervoor gezorgd dat beschikbare informatie uit literatuur en expert judgement uit de Nederlandse praktijk bij elkaar gebracht zijn en beschreven in de soortenstandaards. In totaal zijn van 22 soorten een soortenstandaard beschreven, dit zijn de soorten die het vaakst bij ruimtelijke ontwikkelingen voorkomen. Zwetsloot: “De opdracht was: beschrijf van iedere soort op 1 A4-tje hoe je rekening kunt houden met de soort. Dat is niet gelukt, gemiddeld tellen de soortenstandaards 50 pagina’s vol informatie over deze soorten.” Dat is de reden dat we geprobeerd hebben de soortenstandaard van de kleine modderkruiper samen te vatten tot 1 A4-tje. Deze samenvatting is in dit weblog bericht te vinden.
Deze samenvatting maakt in grote lijnen duidelijk waarmee rekening gehouden moet worden in gebieden waar de kleine modderkruiper voorkomt. Voor aanvullende informatie raden wij aan de soortenstandaard zelf te raadplegen.

1. Ecologische informatie

De kleine modderkruiper is tot 13 cm lang, en heeft op de flanken een rij vlekken en zes tastdraden rond de bek. De soort leeft in stilstaande en langzaam stromende wateren zoals sloten, greppels, beken, kanalen en oeverzones van meren en plassen. De kleine modderkruiper komt in bijna heel Nederland voor, maar ontbreekt bijvoorbeeld op de Veluwe en in Zeeland. Over de aantalsontwikkelingen is niets bekend.

2. Bescherming

Kleine modderkruipers mogen niet worden gedood of verontrust en hun voortplantingswateren zijn beschermd. In bepaalde gevallen kan gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Als te verwachten is dat bij een ingreep verstoring van kleine modderkruipers of hun leefgebied zal plaatsvinden moet een ontheffing Flora- en Faunawet worden aangevraagd. Deze wordt verleend als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan en de ingreep aan een wettelijk erkend belang voldoet. Vooraf moet meestal onderzoek naar de situatie ter plekke plaatsvinden.

3. Onderzoek

Aanwezigheid van de kleine modderkruiper kan door een deskundige op het gebied van deze soort worden vastgesteld met behulp van een schepnet (maaswijdte 3 mm, netgrootte 70 x 40 cm) of elektrovissen. Onderzoek kan het beste tussen april en oktober worden uitgevoerd. Een uitgebreide steekproef kan voldoende zijn. De verschillende functies die een gebied voor de soort kan vervullen moeten worden vastgesteld of op basis van expert judgement worden ingeschat. Het gebruik van eerder verzamelde gegevens kan zinvol zijn.

4. Beschermingsmaatregelen per activiteit

Ingrepen die nadelig kunnen zijn voor de kleine modderkruiper betreffen onder andere:
– schonen en baggeren van watergangen;
– verlagen van het waterpeil, dempen of tijdelijk droogleggen van watergangen;
– aanleg van een duiker, gemaal of waterkrachtcentrale;
– verandering van waterkwaliteit.
Nadelige gevolgen zijn voor een groot deel te voorkomen door tussen augustus en april te werken en buiten vorstperioden. In welke periode het beste gewerkt kan worden hangt af van de ingreep. Als machines nodig zijn moeten die zo gekozen worden dat daarmee zo min mogelijk slachtoffers gemaakt worden. Door diepere delen te maken en/of nieuwe watergangen te graven kunnen dieren een veilig heenkomen vinden. Het dempen van watergangen moet in compartimenten gebeuren, bij brede watergangen wordt eerst in het midden gedempt. Na verlaging van de waterstand worden zoveel mogelijk kleine modderkruipers afgevangen en op geschikte plaatsen in de omgeving terug gezet. In de winter zijn concentraties vaak aanwezig op plaatsen met sneller stromend water zoals bij duikers. Mitigerende maatregelen betreffen onder andere het ontzien van delen met veel kleine modderkruipers, het realiseren van natuurvriendelijke oevers en het aanleggen van een passeerbare plaats bij een barrière. Bij grote projecten moet gefaseerd gewerkt worden waarbij minimaal 25% van de watergangen geschikt blijft als leefgebied. Ook is daarbij het opstellen van een ecologisch werkprotocol en begeleiding door een deskundige noodzakelijk.
De samenvatting is als PDF hier te downloaden. Samenvattingen van andere soorten zijn te vinden op regelink.nl/soortenstandaard.

Landelijk
Algemene contactgegevens
Vestiging: Landelijk Mail ons Bel ons Het team
Annemarie van Leeuwen
Annemarie van Leeuwen
Vestiging: Friesland Mail mij Bel mij
Marlien de Voogd
Marlien de Voogd
Vestiging: Utrecht Mail mij Bel mij
Mieuw van Diedenhoven
Mieuw van Diedenhoven
Vestiging: Utrecht Mail mij Bel mij
Arthur Hoffmann
Arthur Hoffmann
Vestiging: Utrecht Mail mij Bel mij
Adri Clements
Adri Clements
Vestiging: Zeeland Mail mij Bel mij
Vincent Elders
Vincent Elders
Vestiging: Gelderland Mail mij Bel mij
Stefan van Schaik
Stefan van Schaik
Vestiging: Noord Brabant Mail mij Bel mij
Annemieke Kolvoort
Annemieke Kolvoort
Vestiging: Landelijk Mail mij Bel mij
Karin van Steenwijk-Bolle
Karin van Steenwijk-Bolle
Vestiging: Limburg Mail mij Bel mij
Manon Mulder
Manon Mulder
Vestiging: Drenthe Mail mij Bel mij
Rens Hensgens
Rens Hensgens
Vestiging: Limburg Mail mij Bel mij
Anna Luijten
Anna Luijten
Vestiging: Gelderland Mail mij Bel mij